Patronen doorbreken is hot. Alleen al in 2024 werd er in Nederland meer dan 40.000 keer per maand gezocht op termen als “patronen doorbreken”, “oude patronen loslaten” en “waarom reageer ik zo?”.
Blijkbaar voelen we massaal dat er iets schuurt. Dat we vastlopen in automatismen die we ergens oppikten in onze eigen jeugd – die hardnekkige, pijnlijke patronen waar we zó graag vanaf willen.
Maar wat zijn dat eigenlijk, die patronen? En vooral: waarom lijken ze juist bij moeders met jonge kinderen zo genadeloos op te spelen?
In een serie blogs wil ik deze patronen ontrafelen: van globaal en abstract naar concreet en invoelbaar, precies zoals ze er in het dagelijks leven van moeders uitzien. In de komende weken zet ik verschillende psychologische perspectieven in om deze patronen te ontleden: van Cognitieve Gedragstherapie en Schematherapie tot Transactionele Analyse, Polyvagaal theorie en Innerlijk Kind-werk.
Niet voor niets rond ik mijn opleiding tot psychosociaal therapeut af. Dit is een goed moment om alle kennis, verdieping en ervaring die ik opdoe te vertalen naar de moeder die zó bang is om haar kinderen “te verpesten”, en die zo graag een liefdevolle, duidelijke en emotioneel aanwezige moeder wil zijn – maar merkt dat haar oude reacties soms sterker zijn dan haar intenties.
Vandaag begin ik bij de basis: Cognitieve Gedragstherapie (CGT). Want vaak is niet je kind het probleem – het zijn je gedachten. CGT gaat uit van een simpele maar krachtige driehoek:
Gedachte → Gevoel → Gedrag
Niet je kind, niet de situatie, maar: wat je denkt in dat moment -> bepaalt hoe je je voelt -> en dat gevoel stuurt hoe je reageert op je kind
Voorbeeld
Voorbeeld Situatie: je kind blijft drammen om een scherm.
Gedachte: “Ik faal als moeder; ik kan geen grenzen houden.”
Gevoel: onmacht, frustratie, schuld — spanning in je kaken en borst.
Gedrag: je houdt het in, raakt geïrriteerd… en schiet uiteindelijk uit je slof.
Zie je wat hier gebeurt? Niet het gedrag van je kind veroorzaakt jouw reactie – het is jouw innerlijke verhaal over jezelf als moeder.
En dat verhaal is zelden neutraal of realistisch. Het zit vol vervormingen, ook wel denkfouten. Automatische gedachten die niet kloppen, maar wél echte gevoelens oproepen. En die gevoelens sturen je opvoedgedrag.
De 10 meest voorkomende denkfouten van moeders die bang zijn hun kinderen te verpesten
Hieronder zie je elk patroon met een voorbeeld uit het dagelijks moederschap.
1. Alles-of-niets-denken
“Als ik schreeuw, ben ik een slechte moeder.”
“Als ik toegeef, verpest ik zijn grenzen voorgoed.”
Het moederschap wordt zwart-wit, terwijl kinderen juist groeien in “goed-genoeg” grijs.
2. Overgeneraliseren
“Vandaag was chaotisch → ik kan dit gewoon niet.”
“Hij luisterde niet → hij wordt straks een onhandelbare puber.”
Eén moment voelt als een levenslange voorspelling.
3. Mentale filter
“Het was een leuke dag… maar ik werd wél boos bij het avondeten → dus het was eigenlijk een slechte dag.”
Je ziet alleen je misstap – niet de 20 dingen die wel goed gingen.
4. Positieve zaken wegredeneren
“Hij knuffelt me omdat hij moe is – niet omdat ik een goede moeder ben.”
“Ik bleef rustig, maar dat was vast toeval.”
Je successen tellen niet mee.
4. Gedachten lezen
“Mijn partner vindt me vast incapabel.”
“Op het schoolplein denken ze dat ik gestrest ben.”
5. Toekomst voorspellen
“Als ik zo doorga, gaat mijn kind later zeker problemen krijgen.”
Je vult dingen in zonder bewijs – maar je lichaam reageert alsof het waar is.
6. Uitvergroten en verkleinen
“Dat ik hem net te stevig vastpakte… misschien heb ik hem beschadigd.”
“Dat moment van verbinding? Ach, dat stelt niks voor.”
Negatief wordt enorm. Positief wordt klein.
7. Emotioneel redeneren
“Ik voel me schuldig → dus ik doe het niet goed.”
“Ik voel me onzeker → dus ik ben een slechte moeder.”
Je gevoel wordt een feit.
8. Moet-denken
“Ik moet altijd rustig blijven.”
“Ik mag nooit schreeuwen.”
“Ik moet alles geduldig kunnen dragen.”
Je maakt jezelf een onmenselijke robot-moeder.
9. Doemdenken
“Het komt nooit goed met mij als moeder.”
“Dit blijft altijd zo.”
“Als het nu al zo moeilijk is, hoe moet het dan later?”
Je brein schiet in een donkere toekomst – alsof één moeilijke fase een levenslang patroon voorspelt.
10. Personaliseren
“Hij is overprikkeld → mijn slechte planning.”
“Zijn driftbui → mijn schuld.”
Je draagt alles – zelfs dingen die niets met jou te maken hebben.
Waarom deze denkfouten zó pijnlijk zijn voor moeders zoals jij?
Omdat ze raken aan je diepste verlangen: “Ik wil mijn kinderen niet tekortdoen zoals ik zelf tekort ben gekomen.”
Dan wordt elke misstap levensgroot. Elke fout een bewijs voor je angst. Elke schreeuw voelt als schade. Maar dat is niet de waarheid – dat is je denkfout. En die van mij soms ook. 🙂
Welke herken jij het meest?
Ik ben benieuwd: welke van deze denkfouten zie jij bij jezelf terug?
Laat het me weten en plan een gratis half uur waarin ik je drie waardevolle inzichten geef om jouw automatische gedachten helder te krijgen én te doorbreken. https://calendly.com/marina-dansik
Ken je een moeder die dit herkent of hiermee geholpen kan worden? Stuur dit artikel a.u.b. door.